Voor naasten
Je hoeft niet sterk te zijn om erbij te blijven.
Voor partners, kinderen, broers en zussen, vrienden.

Wie zorgt, komt vaak als laatste aan de beurt
Je regelt, je belt, je houdt anderen op de hoogte, je bent er ’s nachts. Dat gaat een tijd goed. Tot het niet meer gaat, meestal op een moment dat het slecht uitkomt.
Je hoeft geen hulpvraag te hebben om te komen. Je hoeft ook niet uit te leggen waarom je er nog bent, of waarom je er soms niet meer wilt zijn.
Wat dat kan zijn
- Een gesprek waarin het even over jou gaat, en je niemand hoeft te sparen.
- Samen kijken naar wat er in het gezin onderling vastloopt.
- Woorden vinden voor wat je tegen je kinderen wilt zeggen.
- Iets kunnen zeggen dat je tegen niemand anders kwijt kunt.
- Na het overlijden blijven komen, zolang dat helpt.
Ook als degene om wie het gaat dit zelf niet wil
Het komt voor dat iemand geen begeleiding wil, en zijn naasten wel. Dat kan. Ik kom dan voor jou, niet voor hem of haar.
Je kunt bellen om te overleggen of dit iets voor jullie zou zijn. Ook als je nog niet weet hoe je het zou moeten uitleggen.